Doorgaan naar hoofdcontent

Hallo tranexaminezuur... dag hyperpimentatie!

Welkom: Facetheory Exaglow Serum S10 met 5% Tranexaminezuur

Ik ben herstellende van de griep, dus ook de komende week (weken?) zul je hier nog even geen artikelen vinden waarvoor ik urenlang wetenschappelijke studies heb doorgenomen en samengevat. Maar Facetheory had vanmorgen nieuws dat zó goed is voor alle huidjes met melasma en andere vormen van hyperpigmentatie, dat ik het gewoon móét delen. Dat goede nieuws heet Exaglow: een vriendelijk geprijsd hydraterend serum waarin 5% tranexaminezuur is gecombineerd met onder meer niacinamide en gestabiliseerde vitamine C. Onderstaand leg ik je graag uit waarom ik zo enthousiast ben over dit serum. Dat doe ik aan de hand van de INCI-lijst: een korte uitleg van elke “actieve” – plus een link naar de bijbehorende factsheet waar je (veel) meer informatie vindt en je desgewenst zelf de bijbehorende studies kunt inzien.

Facetheory Exaglow Serum – de Ingrediënten:AQUA – water
het basisbestanddeel in 95% van alle huidverzorgingsproducten.

PROPANEDIOL❦ – merknaam ZEMEA®
Niets ten nadele van good old glycerin…

Factsheet Lanoline


Lanoline wordt ook wel wolvet genoemd en sommige producenten spreken liever van “wolwas”, wellicht omdat ze dat esthetischer vinden klinken. Als talg (sebum) van schapen lijkt “vet” echter een betere beschrijving.
Lanoline wordt verkregen door het met zeep en soda wassen van ruwe schapenwol, waarna men het water aansluitend laat verdampen. Aansluitend wordt de lanoline geraffineerd en gezuiverd, waarbij het wordt ontdaan van pesticiden.

Lanoline is een complexe mix van 33 alcoholen en 36 vetzuren, waaronder cholesterol. Het heeft als unieke eigenschap dat het zich met 25-30% water laat mengen en wordt gemakkelijk door de huid opgenomen. Lanoline wordt als moisturizer en emulgator verwerkt in cosmetica, maar ook in geneesmiddelen en zelfzorg-producten voor de (droge) huid. Door de herkomst heeft lanoline een specifieke geur, die niet door iedereen aangenaam wordt gevonden.

Lanoline bevat wolalcoholen, vetalcoholen en vetzuren. Het zijn de wolalcoholen waardoor lanoline al tientallen jaren geleden “berucht” werd als contactallergeen – en nog steeds maken sommige producenten lanoline en wolalcoholen verdacht als een “slecht” ingrediënt (uiteraard ter meerdere glorie van de ingrediënten in hun eigen producten)

Lanoline-allergie in perspectief  geplaatst

Niemand minder dan dr. Albert M. Kligman – de Amerikaanse dermatoloog aan wie we tretinoïne als anti-acne én anti-aging middel danken – brak al in de jaren 80 en 90 een lans voor lanoline. In zijn eerste publicatie Lanolin allergy: crisis or comedy plaatste hij lanoline-allergie in perspectief. Zijn tweede publicatie over dit onderwerp gaf hij de veelzeggende titel The myth of lanolin allergy. Daarin stelt hij: “Lanolin has the reputation of being an important contact sensitizer. The market place abounds with products that are labeled “lanolin free”. In fact, lanolin is at most a weak contact allergen. The supposed hazards of sensitization to lanolin products are a resultant of faulty science and failure to appreciate the limitations of patch testing. Lanolin allergy is a myth created mainly by overzealous professional patch testers.”

Ook Nederlandse dermatologen benadrukken dat wolalcohol-allergie relatief weinig voorkomt: < 1% bij patiënten met atopisch en chronisch eczeem, die i.c. een risicogroep vormen. Daarnaast is er de omvangrijke analyse die verscheen in het vooraanstaande British Journal of Dermatology, waarin de auteurs concluderen: “This study illustrates that lanolin sensitization has remained at a relatively low and constant rate even in a high-risk population (i.e. patients with recent or active eczema)”

Toch een wolalcohol-allergie? Dan is dit wellicht goed om te weten

Rationele gronden om lanoline te vermijden, bestaan er dus niet – behalve wanneer er een wolalcohol-allergie bij je geconstateerd is. Dan is het wellicht goed om te weten dat wolalcoholen ook verwerkt worden in sommige geneesmiddelen voor de huid, zoals bijvoorbeeld hydrocortisonzalf FNA, triamcinolonzalf FNA en vette wondgazen. Daarnaast is bekend dat personen met een wolalcohol-allergie ook kunnen reageren op sommige “fatty alcohols” die we heel vaak tegenkomen in huid- en haarverzorgingsproducten. Dat zijn alle drie vetalcoholen die voorkomen in lanoline, maar die ook synthetisch of petrochemisch worden geproduceerd:

⧫ cetylalcohol – INCI: Cetyl Alcohol
⧫ stearylalcohol – INCI: Stearyl Alcohol
⧫ cetostearylalcohol – INCI: Cetearyl Alcohol

Een overzicht van zelfzorg- en geneesmiddelen met wolalcoholen kun je hier vinden. Alternatieven bestaan er uiteraard ook, dus het is aan te raden om bij je arts en/of apotheker aan te geven dat je allergisch bent voor lanoline. De eerste kan je een alternatief voorschrijven – de tweede zal er op toezien dat je niet naar huis gaat met een geneesmiddel dat een allergische reactie kan veroorzaken.

Helpt bij tepelkloven (?)

In huidverzorgingsland is lanoline nu beroemd aan het worden als lipbalm – ontwikkeld door een dame die lanoline gebruikte voor de behandeling van haar tepelkloven. Er bestaan inderdaad enkele aanwijzingen dat lanoline daarbij kan helpen. Echter, volgens de NHG-Standaard Zwangerschap en Kraamperiode “is nooit aangetoond dat het gebruik van crèmes of zalven de voorkeur heeft boven niets doen”.

INCI-naam: LANOLIN
Moleculair gewicht (molaire massa): lanoline bevat 33 alcoholen met een hoog moleculair gewicht.

Voorbeelden van producten met lanoline


Laatste update: 22 oktober 2019



Reacties

DEZE WEEK HET MEEST GELEZEN: