Doorgaan naar hoofdcontent

Hallo tranexaminezuur... dag hyperpimentatie!

Welkom: Facetheory Exaglow Serum S10 met 5% Tranexaminezuur

Ik ben herstellende van de griep, dus ook de komende week (weken?) zul je hier nog even geen artikelen vinden waarvoor ik urenlang wetenschappelijke studies heb doorgenomen en samengevat. Maar Facetheory had vanmorgen nieuws dat zó goed is voor alle huidjes met melasma en andere vormen van hyperpigmentatie, dat ik het gewoon móét delen. Dat goede nieuws heet Exaglow: een vriendelijk geprijsd hydraterend serum waarin 5% tranexaminezuur is gecombineerd met onder meer niacinamide en gestabiliseerde vitamine C. Onderstaand leg ik je graag uit waarom ik zo enthousiast ben over dit serum. Dat doe ik aan de hand van de INCI-lijst: een korte uitleg van elke “actieve” – plus een link naar de bijbehorende factsheet waar je (veel) meer informatie vindt en je desgewenst zelf de bijbehorende studies kunt inzien.

Facetheory Exaglow Serum – de Ingrediënten:AQUA – water
het basisbestanddeel in 95% van alle huidverzorgingsproducten.

PROPANEDIOL❦ – merknaam ZEMEA®
Niets ten nadele van good old glycerin…

Is titaniumdioxide een “natuurlijk” zonnefilter? Nou ehh...




Titaniumdioxide vormt samen met zinkoxide een klasse apart in de zonnefilters. Het zijn namelijk minerale, fysische zonnefilters – in tegenstelling tot alle andere filters die “chemisch” worden genoemd. Dat verschil komt door de werking: minerale filters blijven op de huid liggen en reflecteren (titaniumdioxide) of absorberen (zinkoxide) daar UV-straling – en blijven daarbij letterlijk cool. De chemische filters dringen in de huid, waar ze UV-straling omzetten in infraroodstraling ofwel warmte – die ook als zodanig voelbaar is.

Titaniumdioxide: niet chemisch in werking – wel in afkomst

Titaniumdioxide is dus niet chemisch in werking, maar is het ook zo “natuurlijk” als sommige producenten beweren? Natuurlijk klinkt zo lekker groen – als bloemetjes, bijtjes en een blije planeet aarde. Natuurlijke ingrediënten zijn voor mij dan ook oliën en extracten die worden verkregen uit planten, vruchten en de zaden daarvan. Aloë vera bijvoorbeeld, calendula extract of ferulazuur. Titaniumdioxide groeit echter niet aan bomen of planten – het is een verbinding van titanium met zuurstof. Die zijn allebei uiteraard heel natuurlijk: zonder zuurstof zou er niet eens natuur bestaan – en titanium is een mineraal, een vaste stof die in de vrije natuur voorkomt en is gevormd door geologische processen – of wel, Moeder Aarde.

Natuurlijke chemische processen
Daarna wordt het eigenlijk meteen al een chemisch verhaal: zuurstof is een chemisch element – symbool O, atoomnummer 8 weet je nog wel ;)) Daarnaast zijn geologische processen chémische processen. Natuurlijke chemische processen – dus had ik titaniumdioxide nog steeds een “natuurlijk” ingrediënt gevonden als het poeder rechtstreeks uit de aarde afkomstig zou zijn – aansluitend alleen nog gezuiverd met water, stoom of iets anders ongerept natuurlijks.

Chemie met een hoofdletter: behandeling met zwavelzuur of chloorgas
Bij de productie van titaniumdioxide komt Chemie met een hoofdletter kijken. Chemie ook, die geen “natuurlijk proces” is – maar volledig door de mens bedacht. Het Centre for Industry van de Britse University of York legt je precies uit met welke twee methoden titaniumdioxide wordt verkregen. Heel kort samengevat komt dat er op neer dat er gebruik wordt gemaakt van twee bepaalde ertsen (gesteenten): ilmeniet en rutiel. Ilmeniet bevat naast ijzeroxide 45-60% titaniumoxide en rutiel bestaat tot 99% uit titaniumoxide. Nog steeds allemaal hartstikke natuurlijk – totdat van de titaniumoxide titaniumdioxide wordt gemaakt. Daarvoor wordt ilmeniet namelijk fijngemalen en opgelost in zwavelzuur – of wordt rutiel verwarmd waarna men er chloorgas op laat inwerken.
En voor mij houdt bij dat zwavelzuur en chloorgas het “natuurlijke” van titaniumdioxide toch echt wel op. Niet zozeer gevoelsmatig, als wel rationeel: titaniumdioxide is geen “natuurlijk zonnefilter” – het is een mineraal filter, dat met behulp van zware chemicaliën wordt geproduceerd. Punt. Producenten die anders beweren hebben hun huiswerk niet goed gedaan – of verkopen bewust nonsense als “natuurlijk”. Nog erger zijn de merken die claimen dat zonbescherming met titaniumdioxide “100% biologisch” zijn. Want: 100% biologisch zwavelzuur of chloorgas? Hoe dan?

Prima sidekick van zinkoxide

Overigens ben ik zelf zo ongeveer grootverbruiker van zonbescherming met titaniumdioxide. Ik houd nu eenmaal van “natuurlijk”, maar ook van “goede chemie”. Daar veranderen chloorgas en zwavelzuur niks aan – ook omdat die er aan het einde van het productieproces weer worden uitgefilterd. Het enige nadeel van titaniumdioxide vind ik dat het “solo” te weinig beschermt tegen UV-A straling. Daarmee helpt het te weinig bij het voorkomen van huidkanker en photo aging – vroegtijdige huidveroudering als gevolg van blootstelling aan daglicht. Daarom gebruik ik titaniumdioxide eigenlijk alleen als sidekick van zinkoxide – het ándere minerale zonnefilter, maar vooral: het enige zonnefilter (mineraal of chemisch) dat de huid beschermt tegen UV-A1, UV-A2 én UV-B. Als zodanig is titaniumdioxide voor mij absoluut een blijvertje: niet “natuurlijk”, maar wel een zonnefilter waarvan de effectiviteit en veiligheid – en de grenzen daarvan – uitvoerig wetenschappelijk zijn onderzocht en aangetoond. Zo ver zijn we met de échte natuurlijke zonnefilters – zoals ferulazuur en kokosolie – helaas nog lang niet.



Reacties

DEZE WEEK HET MEEST GELEZEN: