Doorgaan naar hoofdcontent

Hallo tranexaminezuur... dag hyperpimentatie!

Welkom: Facetheory Exaglow Serum S10 met 5% Tranexaminezuur

Ik ben herstellende van de griep, dus ook de komende week (weken?) zul je hier nog even geen artikelen vinden waarvoor ik urenlang wetenschappelijke studies heb doorgenomen en samengevat. Maar Facetheory had vanmorgen nieuws dat zó goed is voor alle huidjes met melasma en andere vormen van hyperpigmentatie, dat ik het gewoon móét delen. Dat goede nieuws heet Exaglow: een vriendelijk geprijsd hydraterend serum waarin 5% tranexaminezuur is gecombineerd met onder meer niacinamide en gestabiliseerde vitamine C. Onderstaand leg ik je graag uit waarom ik zo enthousiast ben over dit serum. Dat doe ik aan de hand van de INCI-lijst: een korte uitleg van elke “actieve” – plus een link naar de bijbehorende factsheet waar je (veel) meer informatie vindt en je desgewenst zelf de bijbehorende studies kunt inzien.

Facetheory Exaglow Serum – de Ingrediënten:AQUA – water
het basisbestanddeel in 95% van alle huidverzorgingsproducten.

PROPANEDIOL❦ – merknaam ZEMEA®
Niets ten nadele van good old glycerin…

FDA Approved Zonnefilters: Effectief & Veilig

18 juli 2019: belangrijke update onder dit artikel!



Wanneer het op zonbescherming aankomt laten nogal wat merken zich van hun slechtste kant zien. Ze noemen filters die concurrenten hebben verwerkt in zonproducten niet goed of zelfs schadelijk – maar die in hun eigen producten zijn (uiteraard) prima of nog beter. Dat is bepaald niet deftig, maar dat sommige merken zich willen gedragen als viswijven die op de markt de producten van de concurrentie met veel lawaai bashen, moeten ze natuurlijk lekker zelf weten. “Vrije radicalen! DNA beschadiging! Hormoonverstorend! Kankerverwekkend bij inademing!”: als we het geblaat van de dames moeten geloven zijn de filters van hun concurrenten bijna net zo schadelijk als de zon zelf. Die zwartmakerij is uiteraard per definitie niet objectief. Maar daarnaast ontbreekt transparantie: zelfs op uitvoerige lijsten met “goede en slechte zonnefilters” wordt in de toelichtingen niet aangegeven op basis van welke wetenschappelijk(e) onderzoek(en) een filter als goed, twijfelachtig of slecht is aangemerkt – laat staan dat je er directe links naar de studies vindt, zodat je zelf tot een oordeel kunt komen. Wanneer er wél een keer wordt gelinkt is dat naar een studie die het eigen “gelijk” min of meer bevestigt – aan alle andere studies wordt voorbij gegaan, waardoor objectiviteit en nuancering opnieuw ver te zoeken zijn. Tot slot worden de adviezen van Amerikaanse dermatologen en huidspecialisten in twijfel getrokken, omdat men in de VS zou “achterlopen”. Dat laatste klopt in die zin, dat nieuwe filters die hier zijn toegestaan (nog) niet zijn toegelaten tot de Amerikaanse markt. De reden daarvoor is dat zonnefilters in de VS onder de geneesmiddelenwet vallen, terwijl zonbeschermingsproducten in Europa slechts aan de veiligheidseisen voor cosmetica hoeven te voldoen. En daarmee loopt Europa dus juist achter op de Verenigde Staten, waar men volledig terecht zeer hoge eisen stelt aan zonnefilters.

De FDA-criteria voor effectieve en veilige zonnefilters

De Food and Drug Administration (FDA) is het Amerikaanse overheidsorgaan dat toeziet op de toelating van geneesmiddelen. De reden waarom ook zonbescherming tot geneesmiddelen wordt gerekend vat de FDA als volgt samen: “Any sunscreen sold in the United States is regulated as a drug because it makes a drug claim – to help prevent sunburn and / or to decrease the risks of skin cancer and early skin aging caused by the sun.” Om te mogen claimen dat een filter zonverbranding voorkomt en/of het risico verkleint op het ontstaan van huidkanker en vroegtijdige huidveroudering, dient het GRASE te zijn. GRASE is een acroniem dat staat voor Generally Recognized as Safe and Effective – algemeen erkend als veilig en effectief – en betekent dat een zonnefilter heeft voldaan aan deze drie criteria:

  1. De veiligheid en effectiviteit is aangetoond in adequate en goed gecontroleerde klinische studies
  2. Die studies zijn gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, beschikbaar voor gekwalificeerde deskundigen
  3. Die deskundigen zijn het, op basis van de genoemde studies, algemeen eens over de veiligheid en effectiviteit.


Wetenschappelijk onderzoek kost tijd en geld

Zeer strenge criteria dus – en daaraan voldoen is bepaald geen klein klusje. Producenten moeten zó veel data omtrent de veiligheid en effectiviteit van een zonnefilter overleggen, dat alleen al de FDA-richtlijnen daarvoor 18 pagina's omvatten. Zo moet bijvoorbeeld duidelijk zijn of een zonnefilter irritatie of overgevoeligheidsreacties kan veroorzaken bij de menselijke huid, maar ook of het daarbij een allergische of fototoxische reactie kan uitlokken. Ook moet onderzocht worden of het filter door de menselijke huid dringt en zo ja, of dit tot bijwerkingen in de rest van het lichaam leidt. Daarnaast moet met behulp van diermodellen onderzocht zijn of het filter mogelijk carcinogeen (kankerverwekkend) is of hormoonverstorend kan werken. Tot slot moet de effectiviteit als zonnefilter in minimaal twee gecontroleerde studies zijn aangetoond. Uit die studies moet tevens de hoogte van de SPF blijken en of het een UV-A, UV-B of breedspectrum filter is dat het risico op huidkanker en vroegtijdige huidveroudering verkleint.
Al dat wetenschappelijke onderzoek kost uiteraard veel tijd en geld – en dat is dan ook iets dat voorstanders van zonnefilters zónder FDA goedkeuring vaak benadrukken. Nu kunnen we echter van alles over de cosmetische industrie vinden en denken – armlastig kunnen we die onmogelijk noemen. En dat het veel tijd kost, tja... die tijd is toch uitermate welbesteed aan onderzoek naar “stofjes” die het grootste orgaan van het menselijk lichaam gezond houden? Stofjes ook, die we vaak gebruiken en dat soms in grote hoeveelheden – waardoor het niet alleen belangrijk is dat de veiligheid uitvoerig is onderzocht en aangetoond, maar ook dat eventuele bijwerkingen zijn geïdentificeerd.

Een voorbeeld: Uvinul-A-plus® versus Avobenzone

We weten dus heel veel over de zonnefilters die de FDA-toets hebben doorstaan. Véél meer ook dan over de filters die (nog) niet tot de Amerikaanse markt zijn toegelaten, maar die onze drogisterijen al hebben overspoeld. Die laatste filters worden door de producenten niet alleen aangeprezen als “goed” en “verantwoord” – maar soms ook als “veiliger” en “beter” dan hun Amerikaanse collega's, die bij zo'n vergelijking dan worden weggezet als twijfelachtig of erger. Dit terwijl ironisch genoeg juist de veiligheid en effectiviteit van de Europese nieuwkomers nog nauwelijks adequaat en gecontroleerd is onderzocht. En daardoor zijn bijvoorbeeld ook bijwerkingen nog niet of nauwelijks bekend, evenals de eventuele carcinogeniteit of hormoonverstorende effecten.

Zoekresultaten PubMed voor Uvinul-A-plus® d.d. 12 mei 2018
Laten we als indicatief voorbeeld het op Nederlandstalige sites nogal eens bejubelde Uvinul-A-plus® nemen, met de INCI-naam Diethylamino Hydroxybenzoyl Hexyl Benzoate. Dit is een synthetisch filter dat claimt te beschermen tegen UV-A straling, maar dat (nog?) niet is toegelaten tot de Amerikaanse markt. Een zoekopdracht met behulp van de INCI-naam levert op PubMed slechts 13 resultaten op. Wanneer we daar de INCI-naam combineren met de term “safety” vinden we alleen deze studie, die niks meldt over de veiligheid van het filter an sich. De combinatie met de term “effective” levert 2 resultaten op – en met “human” 5.

Zoekresultaten PubMed voor Avobenzone d.d. 12 mei 2018

Ter vergelijking: Avobenzone (INCI-naam Butyl Methoxydibenzoylmethane) – een synthetisch UV-A filter dat is goedgekeurd door de FDA – levert 206 studies op, ook in combinatie met de zoekterm “human”. Daarvan zijn er 22 tevens te vinden wanneer je “safety” aan de INCI-naam toevoegt – en 23 bij een combinatie met “effective”.
Over avobenzone is dus veel bekend – mede doordat het de FDA-toets heeft doorstaan en daarmee dus aan strenge veiligheids- en effectiviteitseisen voldoet. Door al dat onderzoek weten we ook wat de nadelen van dit zonnefilter kunnen zijn. Over Uvinul-A-plus® weten we nog nauwelijks iets. “Er is geen data te vinden over mogelijke hormoonverstoringen en vrijeradicaalvorming.”, stelt een producent die dit filter in een zonverzorgingsproduct heeft verwerkt en het “goed” noemt. Nogal wiedes, ja: er is sowieso nauwelijks data over te vinden. Dat data over schadelijke effecten of onaangename bijwerkingen ontbreken, betekent geenszins dat die niet kunnen optreden. Zo'n filter als “goed” of “verantwoord” aanduiden is op z'n minst voorbarig – en het is volslagen onterecht om te stellen of te impliceren dat het beter is dan een FDA approved zonnefilter. Dat moet tenslotte allemaal nog maar bewezen worden.

Zou jij een geneesmiddel gebruiken waarvan de veiligheid en effectiviteit niet is aangetoond?

"Drug Facts" op Amerikaanse zonbescherming
Nederland staat aan de vooravond van een huidkanker-epidemie. Het gebruik van zonbescherming met filters waarvan de effectiviteit en veiligheid is aangetoond kan helpen om die epidemie enigszins te beperken. Toch lijkt de Nederlandse overheid – normaal niet wars van wat betutteling – geen haast te hebben om het Amerikaanse voorbeeld ook maar een klein beetje te volgen. Dat vind ik jammer, want goede zonbescherming is véél te belangrijk om slechts aan de veiligheidseisen van cosmetica te hoeven voldoen. Te belangrijk voor ons – en te belangrijk voor de generaties na ons, die we een toekomst zonder huidkanker wensen.
Daarom hoop ik dat je eens met Amerikaanse ogen naar zonbescherming wilt kijken en het te zien als een geneesmiddel dat helpt huidkanker te voorkomen (En ja, uiteraard hoop ik nog even meer dat je dat al lang hebt gedaan :)) Zou je zo'n geneesmiddel – of welk geneesmiddel dan ook – gebruiken als de veiligheid en effectiviteit daarvan niet is aangetoond? En mocht je twijfelen, dan hoop ik dat ik het ijdeltuitje in jou kan overtuigen: veel van de onderstaande FDA-filters zijn ook bewezen effectief bij het voorkomen van vroegtijdige huidveroudering. Iets dat van de filters zonder die goedkeuring niet gezegd kan worden...

FDA Approved Zonnefilters: 

Aminobenzoic acid – INCI-naam: PABA
Avobenzone – INCI-naam: Butyl Methoxydibenzoylmethane
Cinoxate – INCI-naam: Cinoxate
Dioxybenzone – INCI-naam: Benzophenone-8
Homosalate – INCI-naam: Homosalate
Menthyl anthranilate – INCI-naam: Menthyl anthranilate
Octocrylene – INCI-naam: Octocrylene
Octyl methoxycinnamate – INCI-naam: Ethylhexyl Methoxycinnamate
Octyl salicylate – INCI-naam: Ethylhexyl Salicylate
Oxybenzone – INCI-naam: Benzophenone-3
Padimate O – INCI-naam: Ethylhexyl Dimethyl PABA
Phenylbenzimidazole sulfonic acid – INCI-naam: Phenylbenzimidazole Sulfonic Acid
Sulisobenzone – INCI-naam: Benzophenone-4
Titanium dioxide – INCI-naam: Titanium Dioxide
Trolamine salicylate – INCI-naam: TEA-salicylate
Zinc oxide – INCI-naam: INCI-naam: Zinc Oxide

Zonnefilters die door de FDA in overweging zijn genomen en die dus mogelijk in de toekomst zullen worden goedgekeurd:

Amiloxate – INCI-naam: Isoamyl p-Methoxycinnamate
Enzacamene – INCI-naam: Ethylhexyl Methoxycrylene
Iscotrizinol – INCI-naam: Diethylhexyl Butamido Triazone
Octyl triazome – INCI-naam: Ethylhexyl Triazone
Tinosorb®M – INCI-naam: Methylene Bis-Benzotriazolyl Tetramethylbutylphenol (and) Aqua (and) Decyl Glucoside (and) Propylene Glycol (and) Xanthan Gum
Tinosorb®S – INCI-naam: Bis-Ethylhexyloxyphenol Methoxyphenyl Triazine



PS: FDA Approved zonnefilters mogen dan effectief en veilig zijn, ze zijn niet allemaal voor iedereen even plezierig en sommige ervan kunnen bijwerkingen geven.
Persoonlijk heb ik een sterke voorkeur voor minerale, fysische filters (titaniumdioxide en zinkoxide), maar ik gebruik soms ook een product met het synthetische avobenzone dat behoort tot de chemische filters. Bij mijn keuzes in zonbescherming laat ik me al enkele jaren leiden door de informatie van de Amerikaanse Skin Cancer Foundation  – waar je desgewenst ook aanbevolen producten kunt vinden.


UPDATE 18 juli 2019:


Reacties

DEZE WEEK HET MEEST GELEZEN: